Wanneer je op reis gaat naar Ithaka
wens dan dat de weg lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
Je hoeft niet bang te zijn voor de Cyklopen,
de Laistrygonen en de boze Poseidon;
je komt dat soort volk niet tegen
zolang je gedachten verheven blijven
en verfijnde gevoelens je hart en lijf beroeren.
De Cyklopen en de Laistrygonen,
de woeste Poseidon zul je niet tegenkomen
als je ze niet innerlijk meedraagt,
wanneer je ze niet in je geest gestalte geeft.

Wens dat de weg dan lang mag zijn.
Dat er veel zomerse morgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
rondhangen in Phoenicische handelssteden
om daar mooie dingen te kopen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
en alle mogelijke soorten opwindende parfums,
zoveel opwindende parfums als je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houd Ithaka wel altijd in gedachten.
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast je reis in geen geval.
Het is beter als die vele jaren duurt,
zodat je pas als oude man bij het eiland
voor anker gaat, rijk aan wat je onderweg vergaarde,
zonder te hopen dat Ithaka je rijkdom zal schenken.

Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet, dan was je nooit vertrokken,
maar verder heeft het je niets te bieden.

En vind je het er armzalig: Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden, met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben wat Ithaka’s betekenen.

Konstantínos Kaváfis, 1910-1911